Huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement P.V."De Combinatie" Middelburg

Download het Huishoudelijk reglement.pdf

Artikel 1: Doel

1.1 Het doel van het huishoudelijk reglement is het stellen van richtlijnen en regels om het functioneren van de vereniging te bevorderen.

1.2 De in lid 1 bedoelde richtlijnen en regels vullen de statuten van de vereniging, zoals die zijn vastgesteld op de algemene ledenvergadering van 15 januari 2010 aan. Dit huishoudelijk reglement dient steeds in overeenstemming en binnen de kaders van deze statuten te worden uitgelegd.

1.3 De gewone leden, jeugdleden en ereleden verbinden zich door middel het lidmaatschap jegens de vereniging, de richtlijnen en regels van dit huishoudelijk reglement na te leven en stemmen in met de handhaving en uitvoering daarvan.

Artikel 2: Vaststelling

2.1 Het huishoudelijk reglement of een wijziging daarvan wordt steeds tijdens de algemene vergaderingen door de leden vastgesteld. Om het huishoudelijk reglement of de wijziging daarvan rechtsgeldig te kunnen vaststellen, dient in de schriftelijke oproep aan de algemene ledenvergadering de mededeling te zijn opgenomen dat tijdens deze vergadering het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld of gewijzigd.

2.2 Tegelijk met de oproep, zoals in 2.1 bedoeld, dient de volledige tekst van het voorgestelde huishoudelijk reglement of de wijziging daarvan aan de leden te worden toegestuurd.

2.3 Een besluit tot vaststelling of wijziging van het huishoudelijk reglement door de algemene ledenvergadering behoeft een enkelvoudige meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

2.4 Een wijziging van het huishoudelijk reglement treedt in werking op de datum die bij de vaststelling van de wijziging is bepaald.

Artikel 3: Toelating als lid

3.1 Iedere natuurlijke persoon kan zich melden voor het lidmaatschap van de vereniging. Leden worden ingeschreven in het ledenregister dat wordt onderhouden door of namens de secretaris van de vereniging.

3.2 Op grond van artikel 4.3 van de statuten kan door of namens het bestuur de inschrijving als lid in het ledenregister worden geweigerd. Weigering gebeurt indien de aangemelde persoon:

a. uitdrukkelijk handelt of heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de statuten of het huishoudelijk reglement van de vereniging of uitdrukkelijk de belangen van de leden van de vereniging gezamenlijk op enige andere wijze benadeelt of heeft benadeeld;

b. eerder uit het lidmaatschap is ontzet vanwege contributieschulden;

c. schulden jegens de vereniging heeft;

d. bij eerder besluit van de algemene ledenvergadering uit het lidmaatschap is ontzet;

e. gedurende een termijn van tien jaren direct voorafgaande aan de voordracht als lid dooreen daartoe bevoegd rechtsprekend orgaan in Nederland of daarbuiten is veroordeeld vanwege het plegen van een misdrijf of overtreding waarmee de belangen van dieren in de ruimste zin van het woord op enigerlei wijze werden geschaad;

f. medewerking verleent aan of de mogelijkheid biedt aan een persoon, die als lid werd geweigerd of uit het lidmaatschap werd ontzet, op enigerlei wijze direct of indirect gebruik te laten maken van de rechten die aan het lidmaatschap verbonden zijn.

3.3 Indien het bestuur besluit tot niet-toelating als lid, stelt het bestuur de persoon waarvan de inschrijving als lid door het bestuur van dit besluit tot niet-toelating spoedig schriftelijk met opgave van één van de in lid 3.2 genoemde redenen in kennis.

3.4 Indien het bestuur besluit tot niet-toelating van een persoon, stelt zij de algemene ledenvergadering van dit besluit schriftelijk in kennis bij de uitnodiging van de eerstkomende algemene ledenvergadering na de niet-toelating.

3.5 Indien het bestuur heeft besloten tot niet-toelating als lid, kan deze persoon op grond van artikel 4.3 van de statuten de algemene ledenvergadering alsnog schriftelijk verzoeken als lid te worden toegelaten.

3.6 Toelating van een lid door de algemene ledenvergadering gebeurt met inachtneming van de statuten en reglementen van de NPO.

Artikel 4: Ledenregister

4.1 De secretaris draagt zorg voor de samenstelling van het ledenregister op zodanige wijze dat hieruit steeds de samenstelling van de vereniging kan worden vastgesteld. De secretaris beheert tevens het ledenregister zoals dit gehanteerd wordt door het NPO.

4.2 Ieder lid wordt geregistreerd middels een lidnummer dat wordt toegekend door het NPO bij aanmelding door de secretaris.

4.3 De secretaris verzoekt de afdeling om de hokcoördinaten vast te stellen middels een GPS-meting door een door de afdeling benoemde persoon.

4.4 Indien het lidmaatschap gedurende het verenigingsjaar wordt beëindigd dan wel een lid wordt geschorst, stelt de secretaris de afdeling daarvan meteen op de hoogte.

4.5 De leden dienen hun lidnummer altijd te vermelden bij deelname aan wedvluchten en/of tentoonstellingen waarbij de vereniging betrokken is.

4.6 Leden kunnen gezamenlijk verzoeken om als combinatie een extra registratie te krijgen in het ledenregister. Voorwaarde is wel dat zij slechts van 1 hokcoördinaat mogen deelnemen aan de wedvluchten. Vermelding in het ledenregister dient in overeenstemming te zijn met het gestelde in de reglementen van de NPO.

4.7 Jeugdleden dienen te voldoen aan de voorwaarden zoals deze staan beschreven in de statuten en reglementen van de NPO. Zij hebben dezelfde rechten en plichten als gewone leden met enkele beperkingen:

a. Verantwoordelijkheden die beperkt worden door wettelijke voorschriften kunnen alleen onder toezicht van een verantwoordelijke worden uitgevoerd.

b. Bezoeken van algemene ledenvergaderingen is toegestaan, maar het jeugdlid heeft hierop geen stemrecht.

Artikel 5: Schorsing als lid

5.1 Het bestuur is bevoegd op grond van een met voldoende redenen omkleed verzoek een lid met directe ingang te schorsen in geval het lid door handelingen of gedragingen naar het oordeel van het bestuur het belang van de vereniging in ernstige mate heeft geschaad waardoor van de vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.

5.2 Het bestuur is bevoegd een lid met directe ingang te schorsen in geval het lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt.

5.3 Gedurende de periode dat het lid geschorst is, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet door het geschorste lid persoonlijk en niet door een gemachtigde worden uitgeoefend.

5.4 Indien een lid is geschorst is het bestuur verplicht dit lid op de eerstkomende algemene ledenvergadering na de schorsing voor opzegging namens de vereniging aan de algemene ledenvergadering voor te dragen. Het bestuur is verplicht het lid dat is geschorst tenminste 8 dagen van tevoren schriftelijk uit te nodigen voor deze algemene ledenvergadering en het geschorste lid op deze vergadering alvorens over opzegging van het lidmaatschap van de vereniging wordt gestemd, de gelegenheid te geven zich ongehinderd mondeling of schriftelijk te verantwoorden.

5.5 Indien het bestuur geen uitvoering geeft aan de in dit lid gestelde verplichtingen, is het besluit tot opzegging van de vereniging nietig en vervalt de schorsing terstond.

5.6 Indien de algemene vergadering besluit dat geen opzegging van de vereniging plaatsvindt, vervalt tegelijkertijd de schorsing en kan het lid de aan het lidmaatschap verbonden rechten met directe ingang uitoefenen.

Artikel 6: Contributie

6.1 De leden zijn per verenigingsjaar in verband met hun lidmaatschap een bijdrage verschuldigd, welke bij het aanvangen van het lidmaatschap voldaan dient te worden.

6.2 Alleen leden die aan hun financiële verplichtingen jegens de vereniging hebben voldaan op het door de algemene ledenvergadering bepaalde tijdstip, kunnen gebruik maken van de diensten van de vereniging.

6.3 Ereleden zijn geen bijdrage in verband met hun lidmaatschap verschuldigd. Jeugdleden betalen een bijdrage die is vastgesteld door de algemene ledenvergadering. Donateurs betalen per jaar een zelf te bepalen bijdrage, met een minimum van 10 euro.

6.4 De hoogte van de jaarlijkse bijdrage in verband met het lidmaatschap voor het eerstvolgende verenigingsjaar wordt op voorstel van het bestuur door de algemene ledenvergadering vastgesteld. Ten behoeve van deze vaststelling dient het bestuur een raming van baten en lasten aan de algemene ledenvergadering te overleggen, alsmede een overzicht waaruit het aantal leden blijkt.

6.5 De penningmeester draagt er zorg voor dat ten behoeve van de inning van de jaarlijkse bijdragen van de leden er gebruik kan worden gemaakt van een daartoe aangewezen bankrekeningnummer waarop de jaarlijkse bijdragen kunnen worden gestort.

Artikel 7: Einde van het lidmaatschap

7.1 Van beëindiging van het lidmaatschap door opzegging door het lid in de zin van de statuten kan sprake zijn indien het lid er blijk van heeft gegeven niet meer verbonden te willen zijn aan de vereniging en dat schriftelijk meldt aan de secretaris.

7.2 Opzegging van het lidmaatschap van de vereniging wordt vóór het einde van het kalenderjaar middels een mutatie medegedeeld aan het NPO en de afdeling.

Artikel 8: Rechten van leden

8.1 Ieder lid heeft in verband met zijn lidmaatschap recht op een NPO-lidnummer en officieel vastgestelde hokcoördinaten ten behoeve van deelname aan wedvluchten en tentoonstellingen.

8.2 Ieder lid heeft het recht uitgenodigd te worden voor iedere algemene ledenvergadering van de vereniging, heeft het recht van toegang tot alle algemene vergaderingen en heeft het recht hieraan deel te nemen.

8.3 Ieder lid heeft het recht om vragen te stellen en voorstellen te doen aan het bestuur en aan de algemene ledenvergadering waarbij voorstellen die schriftelijk worden gedaan door het bestuur op de agenda van de algemene vergadering moeten worden geplaatst en ter stemming moeten worden gebracht in de algemene vergadering.

8.4 Ieder lid heeft stemrecht in overeenstemming met hetgeen daaromtrent in de statuten is bepaald.

8.5 Ieder lid heeft het recht zich verkiesbaar te stellen als bestuurslid of als lid van de kascontrolecommissie tenzij het lid handelingsonbekwaam is.

Artikel 9: De algemene ledenvergadering

9.1 De leden worden ten minste 8 dagen voorafgaande aan de algemene vergadering bijeengeroepen door het bestuur. De bijeenroeping van iedere algemene vergadering geschiedt dooreen aan alle leden te zenden schriftelijke uitnodiging, waarbij duidelijk zijn vermeld de exacte plaats, de dag, het aanvangstijdstip en de agenda waarin alle voorstellen in volgorde duidelijk zijn vermeld.

9.2 Op de agenda van de eerste algemene vergadering in het verenigingsjaar moet worden geplaatst:

a. het jaarverslag van de secretaris met betrekking tot het voorafgaande verenigingsjaar.

b. Het jaarverslag van de penningmeester inzake de staat van inkomsten en uitgaven met betrekking op het voorgaande verenigingsjaar alsmede de staat van bezittingen en schulden op het einde van het verenigingsjaar.

c. Het verslag van controle door de kascontroleurs van de staat van inkomsten en uitgaven met betrekking op het voorgaande verenigingsjaar alsmede de staat van bezittingen en schulden op het einde van het verenigingsjaar en de daarop betrekking hebbende bescheiden.

d. het benoemen en aftreden van de bestuursleden.

e. de benoeming van commissieleden en kascontroleurs.

9.3 De vergadering kan slechts besluiten nemen indien tenminste de helft van de stemgerechtigde leden blijkens de presentielijst ter vergadering aanwezig is. Indien dit niet het geval is wordt na tenminste 1 week en ten hoogste na 3 weken een nieuwe vergadering uitgeschreven die, ongeacht het aantal aanwezige leden, bevoegd is besluiten te nemen.

9.4 Stemmingen tijdens een vergadering verlopen zoals in artikel 9 van de statuten is bepaald.

9.5 Bij stemmingen zijn stembiljetten ongeldig die:

a. niet zijn beschreven

b. onleesbaar zijn

c. de naam bevatten van een persoon die niet verkiesbaar is

d. meer dan 1 naam vermelden als het gaat om de verkiezing van 1 persoon

e. op een andere wijze zijn beschreven dan door de voorzitter is bepaald

Artikel 10: Kascontrole

10.1 De algemene ledenvergadering benoemt tijdens de algemene vergadering jaarlijks een nieuwe kascontroleur die geen bestuurslid mag zijn. De kascontrolecommissie bestaat uit 2 personen waarvan er jaarlijks 1 aftreedt. De functie van kascontroleur kan niet langer dan 2 jaren aaneengesloten worden beoefend.

10.2 De kascontroleurs hebben als taak de financiële middelen en de verslaglegging daarvan op juistheid te controleren waartoe zij namens de algemene ledenvergadering voorafgaande aan de eerstvolgende algemene vergadering als bedoeld in 9.2 een onderzoek instellen naar de volledigheid en juistheid van de bezittingen en schulden en van het jaarverslag van de penningmeester bestaande uit de staat van inkomsten en uitgaven van het verstreken verenigingsjaar.

10.3 De kascontroleurs brengen op de eerstvolgende algemene vergadering als bedoeld in 9.2 gezamenlijk verslag uit van hun bevindingen met betrekking tot de in het vorig lid genoemde onderzoek. Zij dienen daarbij aan de algemene ledenvergadering advies te geven. Dit advies kan slechts luiden:

a. de boekhouding en het jaarverslag goed te keuren.

b. de boekhouding en het jaarverslag te verwerpen.

c. een deskundige te benoemen voor een nader onderzoek van de boekhouding. 10.4 Hebben de kascontroleurs bij hun onderzoek vastgesteld dat een bijzondere boekhoudkundige kennis vereist is voor een nader onderzoek, dan kunnen zij zich door een deskundige laten bijstaan na toestemming van de algemene ledenvergadering.

10.5 Goedkeuring door de algemene ledenvergadering van de boekhouding en het jaarverslag ontslaat het bestuur en in het bijzonder de penningmeester van zijn bijzondere aansprakelijkheid en draagplicht vanwege zijn functie voor het jaar waarop de boekhouding en jaarverslag betrekking hebben en strekt derhalve het bestuur tot décharge.

10.6 Indien de boekhouding en jaarverslag worden verworpen benoemt de algemene ledenvergadering een andere commissie, bestaande uit tenminste 3 leden, welke een nieuw onderzoek instelt. Deze commissie heeft dezelfde bevoegdheden als de eerder benoemde kascontroleurs. Binnen een door de algemene ledenvergadering vast te stellen termijn brengt zij aan de algemene ledenvergadering verslag uit van haar bevindingen. Wordt wederom de goedkeuring geweigerd dan neemt de algemene vergadering al die maatregelen die zij in het belang van de vereniging nodig acht.

Artikel 11: Benoeming en samenstelling bestuur

11.1 Het bestuur wordt gevormd door maximaal 9 bestuursleden. De functies en bestuurstaken worden met instemming van de algemene ledenvergadering adequaat verdeeld over de bestuursleden.

11.2 Het bestuur kent algemene en ondersteunende taken waarin wordt voorzien door de voorzitter, de penningmeester en de secretaris, die in gezamenlijkheid het dagelijkse bestuur vormen. Het bestuur kent ook bijzondere onderwerpgerichte taken en functies waarin wordt voorzien door de afzonderlijke bestuursleden die binnen de kaders van de door de algemene ledenvergadering goedgekeurde plannen zelfstandig uitvoerend zijn.

a. de voorzitter heeft de algemene leiding, vervult representatieve taken, coördineert de werkzaamheden van het bestuur, leidt de algemene ledenvergadering en ziet toe op de naleving van de statuten, de reglementen en de besluiten van het bestuur en de algemene ledenvergadering.

b. de secretaris is verantwoordelijk voor de correspondentie, de administratie en het archief van de vereniging. Hij is verantwoordelijk voor het bijhouden van het ledenregister, draagt zorg dat de convocaties en alle bijbehorende stukken voor de algemene ledenvergaderingen tijdig aan de leden worden verstuurd, zorgt voor verslaglegging van de ledenvergaderingen, stelt na afloop van het verenigingsjaar een jaarverslag op en beheert de correspondentie en verenigingsbescheiden van tenminste de afgelopen 10 verenigingsjaren.

c. de penningmeester is belast met het financiële beheer van de vereniging. Hij verschaft ten allen tijde aan het bestuur of aan diegene die door het bestuur als zodanig is gemachtigd, alle inlichtingen betreffende zijn beheer, verleent inzage in de hierop betrekking hebbende bescheiden en staat kascontrole toe. Hij draagt zorg voor verzekering van de bezittingen van de vereniging, aan het eind van het verenigingsjaar sluit hij zijn boeken af, stelt een jaarverslag op en stelt dit samen met de bijbehorende bescheiden ter beschikking aan de kascontrolecommissie. Hij is verantwoordelijk voor de onder zijn berusting zijnde gelden, waarden en goederen en bewaart deze gescheiden van zijn eigen bezittingen. Hij bewaart de financiële bescheiden van tenminste de laatste 10 verenigingsjaren.

11.3 De bestuursleden worden door de algemene ledenvergadering uit de leden van de vereniging benoemd voor een periode van maximaal 3 jaar. De voorzitter dient in persoon te worden gekozen door de algemene ledenvergadering.

11.4 Het rooster van verplicht aftreden kent een cyclus van 3 jaren en is als volgt bepaald:

a. In het eerste jaar komen de functies van de secretaris en max.2 andere bestuursleden vacant.

b. In het tweede jaar komen de functies van de voorzitter en max.2 andere bestuursleden vacant.

c. In het derdejaar komen de functies van de penningmeester en max. 2 andere bestuursleden vacant.

11.5 Indien tussentijds door overlijden, vrijwillig ontslag, afzetting of uitsluiting als bestuurslid in een bestuursfunctie moet worden voorzien neemt het nieuw gekozen bestuurslid de plaats van het oude bestuurslid in, in het schema van aftreden.

11.6 Om de driejaren treedt een bestuurder af. De aftredende is terstond herkiesbaar. Kandidaten voor een bestuursfunctie kunnen zich tot aanvang van de eerstvolgende algemene ledenvergadering melden bij de secretaris van de vereniging.

11.7 De algemene ledenvergadering of een meerderheid van het bestuur kan een bestuurslid met directe ingang ontslaan indien zij daartoe gewichtige redenen acht.

11.8 Bestuursleden kunnen altijd zelf ontslag nemen, mits dit schriftelijk geschiedt met een opzeggingstermijn van tenminste één maand, tenzij zij zich niet willen conformeren aan een besluit, met onmiddellijke ingang.

11.9 Aan bestuursleden kan een vergoeding van gemaakte kosten ten behoeve van de vereniging worden toegekend.

11.10 Vergaderingen van het bestuur worden gehouden zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of tenminste 3 leden van het bestuur de wens hiertoe te kennen geven. In de vergadering van het bestuur worden besluiten genomen met een meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.

11.11 Het bestuur is gemachtigd om bedragen tot 1000 euro zonder voorafgaande toestemming van de algemene ledenvergadering te besteden aan zaken die een directe betrokkenheid bij de vereniging hebben. In het jaarverslag van de penningmeester zal worden weergegeven op welke wijze de betrokkenheid is bepaald.

11.12 Voor bestedingen boven de 1000 euro is het bestuur verplicht de algemene ledenvergadering middels een gemotiveerd voorstel toestemming te vragen. Indien dit niet geschiedt zal de vereniging geen verantwoordelijkheid nemen voor deze uitgave en het bestuur ter verantwoording roepen. De bestuurders zullen hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor deze uitgave.

Artikel 12: Vertegenwoordigingsbevoegdheid

12.1 De vereniging wordt vertegenwoordigd door het voltallige bestuur.

12.2 Indien de vereniging wordt verzocht een beleidsstandpunt kenbaar te maken waaraan geen financiële gevolgen zijn verbonden zijn terzake van een onderwerp waarbij de belangen worden behartigd door een algemeen bestuurslid kan dit bestuurslid ter uitvoering van zijn taakstelling als vertegenwoordiger optreden.

12.3 De vereniging wordt door het dagelijks bestuur gezamenlijk vertegenwoordigd indien en voor zover de vertegenwoordiging het algemene belang van de vereniging betreft.

Artikel 13: Onbehoorlijke uitvoering bestuurstaken

13.1 Indien een bestuurslid naar het oordeel van het bestuur in ernstige mate verzuimt de opgenomen bestuurstaken na te komen of door handelingen of gedragingen naar het oordeel van het bestuur het belang van de vereniging of het functioneren van het bestuur in ernstige mate heeft geschaad, is het bestuur bevoegd het bestuurslid met directe ingang te schorsen.

13.2 De in het vorige lid bedoelde schorsing vindt plaats nadat daartoe bij meerderheid van stemmen binnen het bestuur op voorstel van de voorzitter of 3 bestuursleden door middel van schriftelijke stemming is beslist.

13.3 Schorsing van een bestuurslid leidt ertoe dat het geschorste bestuurslid tot aan de eerstvolgende algemene ledenvergadering geen deel uitmaakt van het bestuur, dat in de bestuurstaken door de andere bestuursleden wordt voorzien en dat de andere bestuursleden tot aan de volgende algemene ledenvergadering verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor de vervulling van de bestuurszaken.

13.4 Het geschorste bestuurslid wordt door de overige bestuursleden gevrijwaard voor aanspraken welke het gevolg zijn van de handelingen van de overige bestuursleden en welke opkomen na de schorsing.

13.5 Indien een bestuurslid is geschorst, wordt dit bestuurslid op de eerstvolgende algemene ledenvergadering na de schorsing onder mededeling van motieven aan de algemene ledenvergadering voorgedragen voor de uitsluiting van het bestuur.

13.6 Het bestuur is verplicht het bestuurslid dat is geschorst, met inachtneming van een termijn van tenminste 8 dagen schriftelijk uit te nodigen voor de algemene ledenvergadering en het geschorste bestuurslid op deze vergadering alvorens over de uitsluiting van bestuur wordt gestemd, de gelegenheid te bieden zich ongehinderd mondeling of schriftelijk te verantwoorden. Indien het bestuur geen uitvoering geeft aan de in dit lid genoemde verplichtingen, vervalt tegelijkertijd de schorsing en kan het bestuurslid zijn bestuurstaken met onmiddellijke ingang uitoefenen.

13.7 Indien de algemene ledenvergadering besluit dat geen uitsluiting van het bestuur plaatsvindt, vervalt tegelijkertijd de schorsing en kan het bestuurslid zijn bestuurstaken met onmiddellijke ingang uitoefenen.

Artikel 14: Commissies

14.1 Het bestuur kan zich overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.4 van de statuten bij de uitoefening van zijn taken door commissies van blijvende of tijdelijke aard doen bijstaan. Uit dien hoofde dient er een nauwe samenwerking te bestaan tussen bestuur en commissies.

14.2 Tot de instelling van een commissie kunnen zowel het bestuur als de algemene ledenvergadering besluiten. Met de instelling van een commissie van blijvende aard dient de algemene ledenvergadering uitdrukkelijk in te stemmen.

14.3 Tot opheffing van een commissie kan het bestuur besluiten indien de commissie op voorstel van het bestuur is ingesteld en ingeval de commissie is ingesteld door de algemene ledenvergadering kan bij uitsluiting de algemene ledenvergadering tot opheffing besluiten.

14.4 Bij commissies van tijdelijke aard worden de commissieleden uitgenodigd door het bestuur daarin zitting te nemen en wordt bij de instelling door het bestuur een concrete opdracht aan de commissie verstrekt waarop de commissie tijdens of bij het einde van de zittingsduur schriftelijk zal reageren.

14.5 Alle leden van de vereniging kunnen als lid van een commissie worden benoemd indien zij vooraf uitdrukkelijk aan het bestuur kenbaar hebben gemaakt te willen deelnemen in een commissie.

14.6 Iedere commissie draagt uit haar midden een voorzitter en een secretaris voor ter benoeming door het bestuur. Indien de commissie is ingesteld door het bestuur wijst het bestuur voor de eerste maal de voorzitter en secretaris aan.

14.7 Het lidmaatschap van een commissie eindigt door:

a. het niet meer voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap van de vereniging

b. opheffing of ontbinding van de commissie.

c. schriftelijk bedanken bij de secretaris van de vereniging.

14.8 Commissies dienen ten minste eenmaal per verenigingsjaar verslag te doen aan de algemene ledenvergadering en verantwoording af te leggen aan het bestuur van de vereniging.

14.9 Een commissie heeft niet de bevoegdheid om de vereniging te vertegenwoordigen. Correspondentie met overheidsorganen en andere instellingen buiten het verband van de postduivensport of personen niet zijnde verbonden aan de postduivensport, is alleen toegestaan na uitdrukkelijk schriftelijke instemming van het bestuur.

14.10 Saldi van activiteiten georganiseerd door commissies komen ten bate of ten laste van de vereniging. De penningmeester vermeldt deze saldi in zijn jaarverslag.

14.11 Aan commissieleden kan een vergoeding van gemaakte kosten ten behoeve van de uitvoering van hun taken worden toegekend.

Artikel 15: Reglementen

15.1 Het bestuur van de vereniging kan ter bescherming en de uitvoering van haar doelstellingen reglementen voorstellen aan de algemene ledenvergadering.

15.2 Het besluit tot vaststelling van een reglement dient te worden genomen door de algemene ledenvergadering met een meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

15.3 Een door de algemene ledenvergadering vastgesteld reglement treedt in werking op de datum die in het voorstel tot vaststelling is genoemd. Indien in het voorstel tot vaststelling geen datum is opgenomen dan treedt het reglement op het moment van vaststelling in werking.

15.4 In het door de algemene ledenvergadering vastgestelde reglement dient de datum van vaststelling of wijziging door de algemene ledenvergadering alsmede de datum van inwerkingtreding te zijn opgenomen. Indien de in het voorgaande lid bedoelde gegevens ontbreken, is het reglement niet bindend voor de leden.

15.5 Indien de directe toepassing van een door de algemene ledenvergadering vastgesteld reglement aan de orde is, dient dit door de vereniging aan haar leden kenbaar te worden gemaakt.

15.6 Aan een reglement kan geen terugwerkende kracht worden toegekend.

15.7 Naast de in artikel 13 van de statuten genoemde reglementen zijn ook door de NPO en de afdeling Zeeland vastgestelde reglementen en voorschriften bindend voor de vereniging.

15.8 Ieder lid wordt geacht de statuten, reglementen en voorschriften van de NPO en de afdeling Zeeland te kennen. Op verzoek zijn deze in te zien bij de secretaris. Wijzigingen hierin worden bijgewerkt door de secretaris.

15.9 Statuten, reglementen en voorschriften mogen geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met de in lid 15.8vermelde regelingen.

Artikel 16: Sancties

16.1 Leden welke handelingen hebben verricht of een poging daartoe hebben ondernomen, die de belangen van de vereniging, de NPO of andere bij de postduivensport betrokken organisaties schaden kunnen, na in de gelegenheid gesteld te worden gehoord door het bestuur, gestraft worden. Dit laat onverlet de rechtsgang zoals die binnen de NPO gebruikelijk is.

16.2 Straffen kunnen uiteenlopen van een berisping tot in het uiterste geval royement.

16.3 Op een door het bestuur opgelegde straf staat hoger beroep open op een speciaal voor dit doelbelegde bijzondere ledenvergadering.

16.4 Ingeval van royement is het bepaalde in artikel 4.7.3 van de statuten van toepassing.

16.5 Alle zaken genoemd in dit artikel moeten in overeenstemming zijn met het gestelde in het Reglement Rechtpleging van de NPO.

Artikel 17: Concoursen en kampioenschappen

17.1 Voor alle bepalingen geldt dat ze niet in strijd mogen zijn met wat in het NPO wedvluchtreglement of anderszinds door de NPO vastgestelde reglementen of voorschriften is bepaald.

17.2 Op alle te houden concoursen is het NPO-wedvluchtreglement van toepassing.

17.3 Het jaarlijks te vervliegen vluchtprogramma is tenminste het door de afdeling Zeeland '96 vastgestelde vluchtprogramma.

17.4 Naast het door de afdeling vastgestelde vluchtprogramma is het voor de vereniging mogelijk om vluchten te organiseren of te laten organiseren, mits deze de goedkeuring krijgen van de afdeling.

17.5 Deelname aan de vluchten is voorbehouden aan de leden van de vereniging, mits zij hebben voldaan aan het gestelde in artikel 6.2 van dit reglement.

17.6 De puntentelling op de concoursen en de te vervliegen kampioenschappen worden bepaald door de algemene ledenvergadering.

17.7 Voor de verenigingskampioenschappen tellen alleen die vluchten waarvan minimaal een rayonuitslag wordt gemaakt.

17.8 Op de vluchten waarop de afdeling heeft bepaald dat er duiven moeten worden gemeld is men verplicht het van tevoren bepaalde aantal duiven per liefhebber door te geven aan de meldpost. Voor aanvang van het vliegseizoen wordt dit aantal bekend gemaakt aan de leden, tevens zal ook een telefoonnummer bekend worden gemaakt waarop dit dient te geschieden.

17.9 Niet-melden van de duiven zal tot gevolg hebben dat de deelnemer niet wordt opgenomen in de uitslag van de betreffende vlucht. Wordt gemeld buiten de vastgestelde tijdslimiet dan wordt de aankomsttijd bepaalt door het tijdstip van melding.

17.10 De meldpost kan besluiten, in overleg met het bestuur, om het aantal te melden duiven per deelnemer uit te breiden. Dit wordt dan kenbaar gemaakt tijdens het doorgeven van de duiven.

Artikel 18: Inkorven

18.1 Op de convocatie van de eerste algemene ledenvergadering in het verenigingsjaar wordt bekend gemaakt wanneer de hoklijsten ingeleverd moeten worden. Deze dienen vergezeld te worden van de paramyxo-entlijsten van de duiven die op deze hoklijst vermeld worden. Deze hoklijsten worden op een door het bestuur te bepalen datum gecontroleerd op de aanwezigheid van de eigendomsbewijzen.

18.2 Aanvullingen op de hoklijst dienen zo spoedig mogelijk op een daarvoor bestemd formulier te worden ingeleverd bij de secretaris. Dit uiteraard met overlegging van de eigendomsbewijzen van de vermelde duiven.

18.3 Duiven die niet vermeld staan op de hoklijst en/of entlijst mogen niet worden ingekorfd voor wedstrijd- of trainingsvluchten. Wanneer een lid niet voldoet aan deze voorwaarden is het bestuur gemachtigd om sancties op te leggen.

18.4 Alle ter inkorving voor een wedvlucht aangeboden duiven dienen te worden vermeld

op een poulebrief of elektronische inkorfstaat. Uitzondering hierop vormen de invliegduiven. Een opgave van het aantal invliegduiven volstaat bij de inkorving.

18.5 Een concours wordt reglementair gesloten met inachtneming van hetgeen hierover geregeld is in het NPO-wedvluchtreglement.

18.6 Alle ter inkorving aangeboden duiven moeten, behalve wanneer het een nationaal concours betreft of een wedvlucht waarvoor de vereniging geen inkorfgelegenheid heeft, worden ingemand in het verenigingsinkorflokaal. Van de vluchten die niet worden ingemand in het verenigingslokaal dienen z.s.m. de betreffende wedvluchtbescheiden ingeleverd te worden voor verdere verwerking.

18.7 De inkorftijden worden bepaald door de algemene ledenvergadering. Na deze tijd worden de manden gesloten en verzegeld.

18.8 Met het inkorven wordt niet begonnen voordat tenminste 3 leden, waarvan minimaal 1 lid van de inkorfcommissie, aanwezig zijn.

18.9 De werkzaamheden voor en na de inkorving worden verdeeld volgens een schema dat wordt vastgesteld door het bestuur. Deze werkzaamheden zijn verplicht, verzuim kan tot gevolg hebben dat men wordt uitgesloten van deelname aan 1 of meerdere concoursen. Bij verhindering dient men zelf een vervanger te regelen en dit te melden bij het bestuur.

Artikel 19: Klokken en elektronische systemen

19.1 Elk lid is verantwoordelijk voor zijn eigen klok(ken) of elektronisch systeem. Alleen met goedgekeurde klokken of systemen is het mogelijk om deel te nemen aan de wedvluchten.

19.2 Elke klok of systeem dient te zijn voorzien van de naam en het lidnummer van de deelnemer.

19.3 Klokken worden aangeslagen op een van tevoren bepaald tijdstip voorafgaand aan de wedvlucht. Het tijdstip van afslaan van de klokken en systemen gebeurt op een door de algemene ledenvergadering bepaald tijdstip. Niet of niet-tijdige aanwezigheid bij het afslaan kan tot gevolg hebben dat de deelnemer niet wordt geklasseerd op de betreffende wedvlucht(en).

19.4 Alle handelingen aan klokken en systemen dienen altijd in overeenstemming te zijn met het bepaalde in het NPO-wedvluchtreglement.

19.5 Klokken of systemen die niet correct functioneren blijven aanwezig in het verenigingslokaal en worden onderzocht door een lid van de ondersteuningscommissie van de afdeling Zeeland. Constateringen hiervan worden niet opgenomen in de uitslag totdat is vastgesteld wat de oorzaak is van de afwijking.

19.6 In geval van een vermoeden tot fraude zal de klok of systeem onder beheer van het bestuur worden genomen en in overleg met een vertegenwoordiger van het bestuur van de afdeling Zeeland zullen passende maatregelen worden genomen.

Artikel 20: Slotbepaling

In alle gevallen waarin dit huishoudelijk reglement niet voorziet wordt door het bestuur beslist, zoveel mogelijk in de geest van de regels door de NPO en de afdeling Zeeland gesteld en de statuten van de vereniging.

Dit reglement is vastgesteld in de algemene ledenvergadering van de vereniging op 5 maart 2010 en geldt vanaf 6 maart 2010.